Anneke Boot

Van Gilde naar ROC, de ontwikkeling van het beroepsonderwijs in Leiden

In actuele discussies over het beroepsonderwijs in Nederland wordt met een zekere nostalgie gesproken over het meester-gezelmodel zoals men zich dat bij de middeleeuwse gilden voorstelt. Een opleiding waarin de leerling het vak letterlijk afkijkt van de meester en iedere gezel gemakkelijk doorstroomt naar een zelfstandig meesterschap, is voor velen ook een 21e-eeuws ideaal. Maar klopt dat beeld ook? Was er voor alle jongeren zo´n leerling-plaats op de werkvloer, hanteerden alle beroepen dit model, konden alle gezellen meester worden en zich zelfstandig vestigen? En als het zo´n goed model was, waarom is men er dan mee gestopt? Welke andere vormen van vakonderwijs zijn daarvoor in de plaats gekomen?

Een systematische historische studie van de ontwikkeling van het beroepsonderwijs in Nederland die op deze en andere vragen antwoord zou kunnen geven, moet nog worden geschreven. Prof. dr. Piet Boekholt, emeritus-hoogleraar onderwijsgeschiedenis, stelt dat dat ook bijna een onmogelijke opgave is omdat de materie uiterst complex is.[1] Hij noemt twee oorzaken: te weinig bronnen bewaard gebleven en te weinig eenheid in het stelsel om een globale beschrijving te kunnen geven. Boekholt concludeert: “Lokale studies blijven dus van het grootste belang, omdat alleen op basis daarvan getracht kan worden een meer algemeen beeld te vormen.”

Daarnaast valt op dat de rijkdom aan historisch onderzoek over de stad Leiden toch nog onvolkomen is: er is relatief weinig aandacht voor de geschiedenis van het onderwijs. In de vierdelige geschiedenis van Leiden komt het beroepsonderwijs er ook weer karig van af.[2]  Wel zijn er gelegenheidswerken zoals jubileumboeken van individuele scholen, maar een bredere en longitudinale onderwijsstudie ontbreekt.


Onderzoeksplan en centrale vraagstelling

Tegen deze achtergrond ben ik een historisch onderzoek naar de geschiedenis van het beroepsonderwijs in de stad Leiden begonnen. Dit onderwijs wordt geplaatst in de context van sociale, culturele, economische en bestuurlijke ontwikkelingen in de stad en omvat in principe de periode van de 15e eeuw (de oudste bronnen) tot aan de 21e eeuw. De beroepsopleidingen worden geïnventariseerd en waar relevant vergeleken met die in andere steden en landen. De diepgaandere analyse wordt beperkt tot twee beroepenvelden, te kiezen op basis van de aanwezigheid van voldoende bronnen. Daarbij komt ook de dubbele doelstelling van beroepsonderwijs (Ausbildung en Bildung) aan de orde. De vraag is of, naast technische vaardigheden, persoonlijke en sociale vorming ook aandacht krijgen.

Het theoretisch kader voor dit onderzoek heeft als uitgangspunt de theorie van Wolf-Dietrich Greinert, die drie modellen voor beroepsopleiding onderscheidt: het liberale marktmodel zoals zich dat in Engeland heeft ontwikkeld, het staats-bureaucratische model van Frankrijk en het traditionele corporatistische model van Duitsland.[3] De centrale onderzoeksvraag is of de ontwikkelingen in het Leidse beroepsonderwijs kunnen worden verklaard aan de hand van de drie prototypische modellen van Greinert. Daarvoor wordt het beroepsonderwijs geanalyseerd in relatie tot de markt (liberale model), tot de (lokale) overheid (overheids/bureaucratisch model) en tot de beroepswereld zelf (corporatistisch model).

Het onderzoek heeft een drieledige doelstelling: (1) in epistemisch opzicht wordt in een kennislacune voorzien door een samenhangende geschiedenis van de beroepsopleidingen in Leiden te schrijven, (2) in historiografisch opzicht wordt het thema onderwijs geagendeerd als interessant onderzoeksobject voor historici en (3) in polemisch opzicht wordt aan de huidige maatschappelijke discussie over het beroepsonderwijs bijgedragen. 

Stand van zaken

Het onderzoeksplan is intussen goedgekeurd en in uitvoering genomen. Prof. dr. Willem Otterspeer, hoogleraar universiteitsgeschiedenis aan de Universiteit Leiden, heeft zich bereid verklaard als promotor voor dit onderzoek op te treden. Daarnaast is er de inspirerende begeleiding door dr. Adriaan in ’t Groen, directeur van het Centrum voor Regionale Kennisontwikkeling, het duaal-promotie programma.

Persoonlijke achtergrond

Het duaal karakter van de promotieonderzoeken die bij het centrum worden uitgevoerd, betekent in mijn geval het benutten van zo´n 40 jaar werkervaring, deels in het onderwijs zelf (docent Nederlands) en deels in het onderwijsbeleid (ministerie van OCW en OECD). Na mijn pensionering in de zomer van 2011 heb ik, als niet-historicus, de cursusjaren 2011-2013 benut voor een aanloop in de vorm van een gedeeltelijke studie geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Parallel daaraan heb ik een onderzoeksplan opgesteld. Na deze voorbereidingen en de toelating tot de promotie in de zomer van 2013 is de eigenlijke PhD-fase begonnen. Het CRK ervaar ik als een plezierige werkomgeving. De staf is zeer behulpzaam en de sfeer onder de mede-promovendi is stimulerend. En ik ben enthousiast lid van de themagroep historisch onderzoek, waarin wij als historisch onderzoekers elkaar meer vakinhoudelijke en methodologische kwesties voorleggen.  

Contact

Anneke Boot
j.s.m.boot@umail.leidenuniv.nl


Voetnoten

[1] P.Th.F.M. Boekholt, Onderwijsgeschiedenis, in reeks ‘Cahiers voor Lokale en Regionale Geschiedenis’ (Zutphen 1991).
[2] J.C.H. Blom (red.), Leiden. De Geschiedenis van een Hollandse Stad (Stichting Geschiedschrijving Leiden, 2004).
[3] W-D. Greinert, Mass vocational education and training in Europe. Classical models of the 19th century and training in England, France and Germany during the first half of the 20th. (Cedefop, Luxembourg 2005).

 
Laatst Gewijzigd: 08-04-2014