Rob Dalmijn

De burgemeester na Thorbecke

Met de Gemeentewet is in 1851 door Mr. J.R. Thorbecke een uniform wettelijk kader geschapen voor de “moderne” burgemeester en de gemeentestructuren. Daarmee bekroonde Thorbecke zijn staatsrechtelijke en bestuurlijke gebouw van Nederland. Grondwet en Provinciewet gingen de Gemeentewet voor. Als notabel boegbeeld van zijn gemeente is de burgemeester door de jaren heen een aanraakbare bestuurslaag gebleken; pastor en bestuurder.


Het onderzoek

Er is veel dynamiek en publiciteit rond “de” gemeenten. Uitval van wethouders, vragen rond de inzetbaarheid van raadsleden, twijfels over de noodzaak van decentralisaties. De, nu nog, benoemde Burgemeester heeft niet langer een tientallen jaren durende carrière in het ambt. De eisen van het “vak” worden zwaarder, de gevraagde competenties breiden uit. En toch selecteert Nederland zijn Burgemeesters – vrijwel zonder uitzondering - uit een vrij specifieke groep. De bewezen actieve leden van een politieke partij.

Dat wringt; en niet alleen omdat het aantal leden van de gezamenlijke politieke partijen de laatste 50 jaar spectaculair is gedaald tot 300.000, maar ook omdat het aantal actieven onder hen niet dramatisch is gestegen. Hogere eisen, kleinere vijver dat maakt het gemiddelde wervings- en sollicitatieproces niet eenvoudig. Is er sinds 1851 , binnen bepaalde facetten van het Burgmeesters profiel, een  ontwikkeling te herkennen?

Dit onderzoek geeft een beschrijving van ‘de’ Burgemeester en Gemeente in de twee uiterste perioden (rond de introductie van de Gemeentewet 1851  en de meest recente bij de komst van de Politiewet 2013). Trends en lijnen worden gemarkeerd door de “stippen”  van perioden kort na de inauguratie Koningin Wilhelmina (1898), na het neerslaan van het stof van de Tweede Wereldoorlog (1948) en na de studentenonlusten (1975). Valt uit het bestudeerde materiaal een geruststellende natuurlijke ontwikkeling te schetsen; van hoeder over circa 3000 brave burgers – 1851 – naar bestuurder van minimaal 100.000 ingezetenen in een soms boze wereld? Worden actieve politieke wortels een hindernis bij bestuurlijke onafhankelijkheid in een grote organisatie met verregaande verantwoordelijkheden?

Voeg bij dit alles een geringere belangstelling voor de lokale politiek, een steeds duidelijkere aanwezigheid van niet landelijke partijen in de Gemeenteraad en zorgen welke er zijn over de noodzakelijke expertise binnen het Hoogste Gezag – De Raad – en duidelijk zal zijn dat alle zeilen bijgezet dienen te worden om ook in de toekomst de juiste mens op die mooie plaats van Burgemeester te krijgen.

Dit onderzoek zal daar vanuit historisch perspectief een bijdrage aan leveren. Op basis van dit onderzoek zullen ook suggesties gedaan worden omtrent selectieprocedures (politieke detoxificatie procedures). Het  kader voor dit onderzoek is de dagelijkse praktijk van het selectieproces van de Burgemeester uit de groep van politiek actieve partijleden .

Werk en Promotie

Ik heb van de voorzitter van de maatschap waarbinnen ik werk alle medewerking gekregen 50% van mijn beschikbare tijd te besteden aan de dissertatie. Deze studie rond biografieën en verslagen van gemeenteraden laat zich goed combineren met de andere activiteiten; het begeleiden van organisaties bij de ontwikkeling van visie en strategische vergezichten.

Ik ben dr. Adriaan in ’t Groen, directeur Centrum Regionale Kennisontwikkeling (CRK) bij Faculteit Campus Den Haag en de medewerkers van CRK bijzonder erkentelijk voor de wijze waarop zij mij vanaf het eerste moment welkom hebben laten voelen en de stiptheid waarin zij mij in de ontwikkelfase terzijde hebben gestaan. Voor een impulsbehoeftig mens als de schrijver is, blijken de promovendilunches een schot in de roos te zijn.

De schrijver

Ik ben partner in een advieskantoor dat op 2 locaties – Maastricht en Den Haag – actief is. Geschoold in Leiden binnen de Geneeskunde en het Nederlands Recht ben ik in diverse variaties werkzaam geweest. Altijd parttime en immer met meer uitdagingen.

 
Laatst Gewijzigd: 17-03-2014